HomeKennisbank · Rekenhulpen › Waarom slaat mijn aardlekschakelaar eruit?

Waarom slaat mijn aardlekschakelaar eruit?

In de meeste gevallen is er één apparaat dat lekstroom maakt: een oude wasmachine, een boiler, een buitenstopcontact dat vocht heeft gekregen of een kapot snoer. Je vindt hem door alle groepen uit te zetten en ze één voor één bij te schakelen. Slaat de aardlek er pas uit als meerdere apparaten tegelijk draaien, dan is er niet één boosdoener maar een optelsom.

Wat een aardlekschakelaar doet

Een aardlekschakelaar vergelijkt continu hoeveel stroom er heen gaat en hoeveel er terugkomt. Verdwijnt er onderweg meer dan 30 milliampère — bijvoorbeeld via een mens of via vocht naar de aarde — dan schakelt hij binnen een fractie van een seconde uit. Dat hij eruit slaat is dus geen defect. Hij doet precies waar hij voor hangt.

De oorzaak zelf opsporen

Dit werkt in de meeste gevallen, en kost een paar minuten:

  • Zet alle groepen uit (de rij kleine schakelaars)
  • Schakel de aardlekschakelaar weer in
  • Zet de groepen één voor één bij, en wacht na elke groep even
  • Slaat de aardlek eruit bij een bepaalde groep, dan zit het probleem daar
  • Trek in die groep alle stekkers eruit en steek ze één voor één terug

Blijft de aardlek er direct uitgaan terwijl alle groepen uit staan, dan zit de fout in de bedrading zelf of in de aardlekschakelaar. Dan houdt het zelf zoeken op.

De gebruikelijke verdachten

  • Wasmachines en drogers — verwarmingselementen gaan na jaren lekstroom maken
  • Boilers en doorstroomverwarmers — zelfde verhaal, vaak na een jaar of tien
  • Buitenstopcontacten en tuinverlichting — vocht na een regenbui is een klassieker
  • Beschadigde snoeren — een verlengsnoer dat klem zit onder een deur of een stofzuigerkabel die is doorgereden
  • Oude koelkasten en vriezers — die lekken vaak al jaren een beetje voordat ze het echt begeven

Als het de optelsom is

Soms is er geen enkele boosdoener aan te wijzen: elk apparaat lekt een klein beetje, en samen komen ze boven de 30 milliampère. Dat merk je doordat de aardlek er alleen uitgaat als er veel tegelijk aan staat, en nooit bij één apparaat alleen.

De oplossing is dan niet een apparaat wegdoen, maar de installatie verdelen over meerdere aardlekschakelaars. In moderne meterkasten is dat standaard: elke aardlek bedient een paar groepen in plaats van het hele huis. Dat is meteen prettiger als er één uitvalt, want dan zit je niet in het volledige donker.

Wanneer je moet stoppen met zoeken

Ruik je een brandlucht, zie je bruine of zwarte plekken in de meterkast, of wordt een schakelaar warm? Dan is het geen kwestie van zoeken maar van uitschakelen en bellen. Hetzelfde geldt als de aardlek er blijft uitgaan met alle groepen uit.

Aardlekschakelaar of automaat: het verschil

In de meterkast zitten twee soorten beveiliging die vaak door elkaar worden gehaald:

  • De automaat (de rij kleine schakelaars) beveiligt de bedrading tegen te veel stroom. Die slaat eruit als je te veel apparaten op één groep zet of bij kortsluiting.
  • De aardlekschakelaar (breder, met een testknopje) beveiligt ménsen. Die meet of er stroom weglekt naar de aarde en schakelt binnen milliseconden uit.

Is er één groep uitgevallen en doet de rest het nog? Dan is het de automaat en zit het probleem in overbelasting van die groep. Ligt het halve huis eruit? Dan is het de aardlekschakelaar, en zit er ergens lekstroom.

Als hij niet terug wil

Soms laat een aardlekschakelaar zich niet meer inschakelen. Duw hem dan eerst helemaal naar beneden voordat je hem omhoog zet — sommige types blijven halverwege hangen en schakelen dan niet. Lukt het nog steeds niet terwijl alle groepen uit staan, dan zit de fout in de vaste bedrading of in de schakelaar zelf. Daar houdt het zelf zoeken op.

Test hem twee keer per jaar

Op elke aardlekschakelaar zit een knopje met een T of een testsymbool. Druk je daarop, dan hoort hij meteen uit te schakelen. Doet hij dat niet, dan beveiligt hij niets meer — en dat merk je verder nergens aan, want alles blijft gewoon werken. Twee keer per jaar testen is een handeling van tien seconden. Zet wel eerst je computer af, want de stroom valt echt weg.

Type A, type B en laadpalen

Niet elke aardlekschakelaar ziet elke storing. Een schakelaar van type A herkent wisselstroomlekken en pulserende gelijkstroom, en dat is voor een woning normaal gesproken genoeg. Bij het laden van een elektrische auto kan er echter gladde gelijkstroom weglekken, en die ziet een type A niet.

Daarom schrijft de norm bij een laadpunt extra beveiliging voor: of een aardlekschakelaar van type B, of een laadpaal met ingebouwde gelijkstroomdetectie in combinatie met een type A. De meeste moderne laadpalen hebben die detectie ingebouwd. Weet je niet wat er bij jou hangt, laat het dan nakijken — dit is precies het soort detail dat bij een zelfgemaakte installatie wordt overgeslagen.

Dit artikel is algemene informatie, geen advies voor jouw situatie. Voer hier geen werkzaamheden aan je eigen installatie op uit. Zie de algemene voorwaarden.

Twijfel je over je eigen situatie?

Stuur een foto van je meterkast, dan kijken we mee. Kost niets en verplicht tot niets.