HomeKennisbank · Rekenhulpen › Mag ik zelf een laadpaal aansluiten?

Mag ik zelf een laadpaal aansluiten?

Er is in Nederland geen wet die particulieren verbiedt om aan hun eigen installatie te werken, maar bij een laadpaal is zelf doen zelden verstandig. Een laadpaal trekt uren achtereen een zware, constante stroom — iets waar gewone huisinstallaties niet op gebouwd zijn. Gaat het mis, dan kijkt je verzekeraar naar wie het heeft aangesloten, en de meeste fabrieksgaranties vervallen zonder installatie door een erkend installateur.

Waarom een laadpaal geen zwaar stopcontact is

Het verschil zit niet in het vermogen maar in de duur. Een waterkoker trekt kort veel stroom en staat daarna weer uit. Een auto die laadt, trekt zes tot acht uur achtereen het maximum. Bedrading, klemmen en zekeringen die dat kortstondig prima aankunnen, worden bij urenlange belasting warm — en warmte op een slecht aangedraaide klem is precies hoe een installatiebrand begint.

Daarom schrijft NEN 1010 voor een laadpunt een eigen groep voor, met eigen beveiliging, berekende kabeldoorsnede en een aardlekbeveiliging die geschikt is voor gelijkstroomlekken. Dat laatste is belangrijk: een gewone aardlekschakelaar van het type A ziet een deel van de storingen bij laden niet.

Wat de regels zeggen

In Nederland geldt geen algemeen verbod voor particulieren om aan de eigen elektrische installatie te werken. Wel moet de installatie voldoen aan NEN 1010, en daar ben je als eigenaar zelf verantwoordelijk voor. Voor bedrijven ligt het strenger: daar gelden ook de Arbowet en NEN 3140.

Praktisch betekent dat: mogen is iets anders dan verstandig. De norm is er, de aansprakelijkheid is er, alleen de politie komt niet langs.

Waar het misgaat bij de verzekering

Ontstaat er brand of schade, dan onderzoekt de verzekeraar de oorzaak. Blijkt die in de installatie te zitten en kun je niet aantonen dat het werk volgens de norm is uitgevoerd, dan kan de uitkering worden gekort of geweigerd. Een factuur van een installateur is in dat geval het bewijs dat je nodig hebt.

Daar komt de fabrieksgarantie bij: de meeste laadpaalfabrikanten eisen installatie door een erkend installateur. Sluit je zelf aan, dan vervalt de garantie op het apparaat.

Wat je wél zelf kunt doen

  • De plek bepalen — waar staat de auto, aan welke kant zit de laadpoort, hoe loopt de kabel
  • De sleuf graven als de kabel onder bestrating door moet; dat scheelt uren installateurstijd
  • Foto’s maken van je meterkast, de plek en de route ertussen, zodat een installateur vooraf kan inschatten wat er nodig is
  • Navragen bij je netbeheerder of je aansluiting verzwaard moet worden

En als de laadpaal er al hangt?

Hangt er een laadpaal die door een vorige bewoner of door iemand zonder papieren is aangesloten, laat die dan een keer doormeten. Gecontroleerd worden onder andere de kabeldoorsnede, het type aardlekbeveiliging en of de klemmen goed vastzitten. Dat is een kort bezoek, en het is het enige moment waarop je zeker weet dat het klopt.

Wat een installateur precies doet

Het zichtbare deel is de paal aan de muur. Het werk zit in wat je niet ziet:

  • De belasting berekenen. Wat is er beschikbaar op je hoofdaansluiting, en wat blijft er over als de auto laadt terwijl de oven en de droger draaien? Daar volgt uit of je kunt laden met 3,7, 11 of 22 kilowatt.
  • De kabel bepalen. Dikte hangt af van het vermogen én van de lengte. Over twintig meter is een dikkere kern nodig dan over vijf, anders loopt de spanning terug en wordt de kabel warm.
  • De juiste beveiliging kiezen. Eigen groep, en aardlekbeveiliging die geschikt is voor gelijkstroomlekken.
  • Doormeten en vastleggen. Aardingsweerstand, isolatieweerstand en de werking van de aardlekbeveiliging — en dat op papier, zodat je het hebt als je het nodig hebt.

Laadpaal, wandlader of laadstation

De woorden lopen door elkaar. Een wandlader is een kast aan de gevel of in de garage en is voor thuis het gebruikelijkst. Een laadpaal staat vrij op een oprit of parkeerplaats en vraagt graafwerk en een fundering. Een laadstation heeft meestal twee punten en zie je bij bedrijven. Voor een woning is een wandlader vrijwel altijd de logische en goedkoopste keuze, tenzij de auto nergens binnen een paar meter van een muur staat.

Wat er misgaat bij doe-het-zelf

De fouten die we in de praktijk tegenkomen zijn steeds dezelfde: een kabel die te dun is voor de afstand, een laadpunt dat meelift op een bestaande groep, klemmen die niet op het juiste koppel zijn aangedraaid, en een aardlekschakelaar van het verkeerde type. Geen van die vier merk je de eerste maanden. Ze komen pas naar boven als de installatie een winter lang elke nacht uren achtereen op vol vermogen draait.

Hangt er al een laadpaal die door een vorige bewoner of door iemand zonder papieren is aangesloten? Laat die een keer doormeten. Het is een kort bezoek, en het is het enige moment waarop je zeker weet dat het klopt.

Dit artikel is algemene informatie, geen advies voor jouw situatie. Voer hier geen werkzaamheden aan je eigen installatie op uit. Zie de algemene voorwaarden.

Twijfel je over je eigen situatie?

Stuur een foto van je meterkast, dan kijken we mee. Kost niets en verplicht tot niets.